| Home | Gratis nieuwsbrief | Test uw persoonlijkheid | Gratis Tips voor uw Succes | Winkelwagen |
DE THEORIE "DE MENS IS EEN DIER" |
egelijk met de toegenomen onrust, heeft deze eeuw de opkomst gezien van een
andere kijk op de mens. Dit heeft een flinke weerslag veroorzaakt op de manier waarop de
mens zichzelf en zijn medemensen ziet en behandelt. En hieruit groeit de meest
fundamentele uitdaging waar de mens tegenover staat bij het naderen van het jaar 2000.
Datgene wat de mens het meest onderscheidt van elke levensvorm, is zijn vermogen om te begrijpen en te redeneren. En wat hij wellicht in het algemeen het meest heeft geprobeerd te begrijpen, is zichzelf. Hoe komt het dat, ondanks dat hij in staat is rationeel te handelen, de mens ook zo irrationeel kan handelen? Filosofen, religieuze leiders, wetenschapsmensen en geleerden - de grootste denkers onder de mens - hebben geworsteld met dit raadsel, maar kwamen nooit tot een bevredigende uitleg.
Veel grote denkers uit de geschiedenis geloofden dat het leven bestond uit zowel het stoffelijke als het onstoffelijke, dat het verstand gescheiden was van het stoffelijke. Dit idee wordt "dualisme" genoemd. Andere mensen, in de geschiedenis bekend als ,materialisten", geloofden dat alles gemaakt is van materie.
In het Europa van de negentiende eeuw, veroorzaakte de Industriële Revolutie vele veranderingen in de Westerse cultuur en gingen materialistische theorieën het denken van de mens overheersen.
En het is in dit gezichtspunt dat we de oorzaak vinden van wat de mens dwars zit en van wat de langste schaduwen werpt over zijn geluk en in feite over zijn hele voortbestaan.
én van de eerste hedendaagse materialistische theorien, kwam van de Engelse
natuuronderzoeker Charles Darwin, die verschillende jaren besteedde aan
een wetenschappelijke expeditie waar hij planten en dieren bestudeerde in vele delen van
de wereld. In 1858 schreef hij Origin of Species (Herkomst van Soorten), een boek dat een
evolutie-theorie uiteenzette om te laten zien hoe levensvormen zich geleidelijk ontwikkeld
hadden uit gezamenlijke voorouders. Zijn ideeën werden scherp aangevallen door religieuze
geleerden, omdat ze bewijs leken te verschaffen voor diegenen die het bestaan van een
Schepper of een scheppende kracht in het universum wilden ontkennen. Natuurlijk
verontrustte dit ook veel andere mensen die geloofden dat de mens niet slechts een
haarloze aap was.
Toch werden Darwin's ideeën algemeen aanvaard en verschaften de grondslag waardoor nog een theorie wortel kon schieten.
Deze kwam van een Duitser, ene Professor Wilhelm Wundt van de Universiteit van Leipzig. In 1879, lanceerde Wundt de theorie dat de mens volkomen begrepen kon worden alleen door materiele dingen te bestuderen. Wundt was opgeleid in fysiologie, de studie van de fysieke structuur en functies in levende dingen. Door zijn training kwam hij tot de veronderstelling dat het onderzoeken van de ziel of de geest verspilling van tijd was, omdat de mens bestudeerd kon worden op dezelfde manier als een kikker of een rat bestudeerd wordt. Zijn leerstellingen weerlegden het dualistische idee dat het verstand en de materie verschillend waren. Van hieruit was het maar een korte sprong naar de conclusie dat de mens gewoon ook een dier was, dat zich slechts naar een hoger niveau van intelligentie ontwikkeld had dan alle andere. Het was enkel een kwestie van hersencellen, zo luidde de theorie.
Hoewel Wundt nooit één van zijn ideeën werkelijk bewees, werd de school van experimentele psychologie geboren.
Het woord psychologie betekent "studie van de ziel", van het Griekse woord "psyche", wat "ziel" betekent. Maar heden ten dage, verkondigen psychologen dat er geen ziel is, en bestuderen in plaats daarvan menselijk en dierlijk gedrag. Dit is net zo logisch als dat een bakker zegt dat er niet zoiets als brood bestaat. De oorspronkelijke definitie van psychologie stierf door het niet bewezen idee, dat de daden van een individu gewoon een antwoord op prikkels waren, die het organisme waarnam, en geen verband hielden met enig onstoffelijk deel van een persoon. Volgens Wundt was er geen onstoffelijk deel van de mens, geen verstand, geen ziel.
Dus uiteindelijk was de mens niets meer dan een dier van hogere orde. En als iemand hiervan overtuigd kon worden, konden zijn ideeën aangaande persoonlijke verantwoordelijkheid veranderd worden.
e Duitse Kanselier, Otto von Bismarck had toentertijd
duidelijke militairistische ambities, en de ideeën van Wundt legden de grondslag voor
zeventig jaar durende pogingen om de Duitse problemen op te lossen door oorlogvoering. Per
slot van rekening, zo luidde de gedachte, als een hond getraind kan worden om te kwijlen,
kan een man getraind worden om te vechten. Hij hehoefde alleen maar geconditioneerd te
worden tot andere ideeën over de waarde van menselijk leven en de aard van degenen in het
vijandelijke kamp.
xperimentele psychologie begon gegevens te verzamelen om dit gezichtspunt te
ondersteunen. Één van Wundt's studenten in Leipzig was de Russische fysioloog Ivan
Petrovich Pavlov. Nadat hij naar zijn land was teruggekeerd, formuleerde Pavlov
zijn principes over mentale conditionering, meest bekend vanwege zijn demonstratie dat een
hond zal kwijlen wanneer een bel luidt, als hij eerder gevoed was terwijl er een bel
luidde. Hieruit groeide het idee dat mensen geconditioneerd konden worden zoals honden.
Pavlov's werk op het gebied van conditionering leidde tot de poging tot hersenspoeling van individuele personen en gehele bevolkingen. Gretig gebruikt door zowel Lenin als Stalin voor politieke doeleinden in de voormalige USSR, hielp het om communistische overheersing te verspreiden over bijna de helft van de wereld.
Het is geen wonder dat deze nieuwe psychologische theorieën, dit volledig materialistische gezichtspunt op de mensheid, grote bijval kregen van regeringen tijdens de onrustige periode van revolutionair sociaal denken; de controle over bevolkingen hield hun gezamelijke aandacht erg vast. Als de mens werkelijk begrepen kon worden in zuiver fysiologische termen, dan kon men de problemen van de mens onder controle houden of oplossen op een zuiver fysieke basis, zoals het in beweging krijgen van een weerspannige koe door haar met een stok te porren.
it was de "nieuwe" kijk op de mens en het leven. Alles is
stoffelijk. De mens en alle leven rezen spontaan uit een zee van ammoniak. De theorie was
echter niet nieuw. Ze was duizenden jaren eerder verschenen in de Egyptische mythologie en
werd in Griekenland herhaald door de filosoof Thales, die geloofde dat alles in wezen
water was. Niettemin, toen de mens in de twintigste eeuw aankwam, gingen de tradionele
denkbeelden over de Ziel en de Geest dezelfde weg als de paardetram.
Het materialisme steeg snel op tot het hoogste gezag op veel gebieden die traditiegetrouw de niet-stoffelijke ideeën over de mens, de maatschappij en het leven behouden hadden. Onder andere sociologie, filosofie, psychologie, politiek, onderwijs en biologie begonnen het gezichtspunt van de materialist op de wereld te weerspiegelen. En spoedig begon het effect van hun theorieën in de hele maatschappij voelbaar te worden.
Dit wil niet zeggen dat het allemaal zo slecht was. Het toepassen van de principes van het materialisme op materiële dingen, veroorzaakte opmerkelijke verbeteringen in onze wetenschappelijke kennis over de aarde en het universum. Het heeft de mens een hoop concrete verbeteringen gegeven in zijn manier van leven.
De ernstige fout is echter geweest om diezelfde materialistische principes toe te passen op de mens zelf. Dit is in feite het iets, de basis oorzaak van de moeilijkheden in onze moderne tijd.
Het materialistische gezichtspunt gaf de mens talloze onjuiste oplossingen voor zijn problemen. De mens werd in de verwarrende positie geplaatst materieel rijk te zijn, maar spiritueel en moreel arm.